Ladingbeveiliging

De verkeerscontrole op de weg wordt almaar strenger. Eerst waren er de controles op het rijgedrag van de chauffeur en op de staat van het voertuig, nu wordt ook en meer en meer de ladingbeveiliging nagekeken. Overigens is ladingverlies - met of zonder zware gevolgen, maar gewoonlijk met - al een tijdlang dagelijks nieuws. Daarom mag verwacht worden dat de controles op de ladingbeveiliging gaan toenemen en de boetes consequent gaan worden toegepast. De (strenge) Duitse wetgeving wordt in de Europese Unie wellicht de algemene regel.

Overigens heeft de transportwereld de noodzaak aangevoeld om het onderwerp 'ladingbeveiliging' in het spotlicht te zetten. Getuige het komende trailersalon in Kortrijk. Omdat het over de veiligheid van de chauffeur en over die van de andere weggebruikers gaat, en omdat Van Dievel Transport vanzelfsprekend zorg wil dragen voor de goederen van de klant en ze zeker niet wil beschadigd zien, zaten de VDT-chauffeurs onlangs samen in de aula van De Nayer. Ze bespraken er de verschillende kanten van de ladingbeveiliging. Zie het hierna volgende overzicht.

Wetgeving

De Belgische wetgeving zegt niet veel over ladingbeveiliging. Er is enkel het verkeersreglement dat naast enkele algemene voorschriften, de maximum afmetingen van de lading (met onder meer de uitsteek) en de signalisatie regelt (zie de artikels 45 tot 47 van de wegcode).

Als bij controle in Duitsland blijkt dat de lading niet of onvoldoende beveiligd is, ook al is er nog niets voorgevallen, dan beschouwt de Duitse verkeerspolitie de chauffeur (en eventuele derden) als 'in overtreding'. De boete bedraagt minimum 50,00 euro én 3 'flensburgerpunten'; verder wordt de wagen geblokkeerd tot de lading vakkundig is beveiligd.

Daarbij komt dat elke schade, veroorzaakt door een grove onachtzaamheid, ten laste valt van diegene die onachtzaam was, of het nu de chauffeur is en/of een van de andere hierboven genoemde partijen.

Verschillende partijen

Bij ladingbeveiliging zijn over het algemeen verschillende partijen betrokken: de chauffeur, de verlader, de eigenaar van het voertuig, de verzender en/of de vervoerder. Dan is het uit oogpunt van een veilig transport belangrijk dat ieder zijn taak kent en dat de taakverdeling vooraf is vastgelegd.

Inwerkende krachten

De voornaamste krachten die op de lading tijdens het wegtransport inwerken zijn: de zwaartekracht van de lading, de kracht achterwaarts of voorwaarts door respectievelijk het versnellen of het vertragen, de middelpuntvliedende kracht in een bocht en de wrijvingskracht van de vloer op de lading. De opwaartse kracht bij het rijden op oneffen terrein wordt hiertoe niet gerekend.

Het bijgaande schema toont aan dat als het gewicht van de lading gelijk wordt gesteld aan 1,0 G, dat dan:

  • de voorwaartse kracht bij het afremmen kan oplopen tot 0,8 G (of 80 % van het gewicht van de lading)
  • de achterwaartse kracht bij het optrekken of versnellen kan oplopen tot 0, 5 G
  • de zijwaartse kracht in een bocht eveneens kan oplopen tot 0,5 G

Dat wil dus zeggen dat de chauffeur deze maximale krachten zal moeten opvangen met het aangepaste ladingbeveiligingsmateriaal en de juiste -techniek.

Glijweerstandsgetal (µ)

Materiaal

Raakoppervlak

Lading < > Laadvloer

droog

nat

vettig

hout < > hout

0,20 - 0,50

0,20 – 0,25

0,05 – 0,15

metaal < > hout

0,20 - 0,50

0,20 – 0,25

0,02 – 0,10

metaal < > metaal

0,10 - 0,25

0,10 – 0,20

0,01 – 0,10

beton < > hout

0,30 - 0,60

0,30 – 0,50

0,10 – 0,20

antislipmat

0,60

0,60

0

De chauffeur weet verder dat de wrijvingsweerstand van de vloer erg belangrijk is. Hoe groter die weerstand, hoe beter de lading blijft liggen tijdens het rijden. De bijgaande tabel toont in welke verhouding de wrijvingsweerstand afhangt van het materiaal waaruit de laadvloer is gebouwd en de aard van de lading.
Het Griekse teken 'µ' (uitgesproken: 'mu') staat voor glijweerstand. Hoe groter de glijweerstand, hoe stabieler de lading. De tabel toont onder meer de hoeveel 'tegenkracht' die een antislipmat kan uitoefenen (µ = 0,60).

Materieel

De VDT-chauffeur beveiligt de lading gewoonlijk met spanbanden of spanriemen en hoekbeschermers. Bij Delhaize beschikt hij over kettingen. Voorbeelden van andere hulpmiddelen voor het zekeren van de lading zijn:

  • boordwandankers, tussenwandverbindingen, klembalken
  • vulmiddelen: stuwzakken, schuimstofkussens, hout (balk, keg, pallet)
  • balken, houten keggen, stophout
  • antislipmatten
  • andere: netten en zeilen, hulpmiddelen voor rails in zijwanden of in de vloer.

Methoden

  • Bij het neersjorren van de lading of 'het krachtsluiten' van de lading drukt de chauffeur met zijn spanriem de lading tegen de laadvloer.
    Aan een nieuwe spanriem of spanband hangt een technische strip waarop staat hoeveel kracht de spanriem kan verdragen: bij gestrekt gebruik en bij gebruik in U-vorm.

    Op de (troebele) afbeelding kun je zien dat een DR4-spanriem 2500 daN (decaNewton(1)) kan opvangen als hij gestrekt over de lading wordt gespannen, en het dubbele als hij in U-vorm over de lading wordt gespannen.
  • Het stuwen van de lading of 'het vormsluiten' van de lading is het bergen van goederen in de oplegger, zodat ze het minste plaats innemen en in ieder geval goed aan elkaar aansluiten, om op die manier op hun plaats te blijven.
    Men onderscheidt twee soorten van stuwen of vormsluiten: (1) het begrenzen van de laadruimte, b.v. het aanbrengen van een tussenwandverbinding of van een klembalk, en (2) het opvullen van de lege ruimte met vulmiddelen.

(1) 1 kg (kracht) = 0.9806 daN (decaNewton); een kracht van 1 Newton versnelt een massa van 1 kg tegen een snelheid van 1 meter per seconde.

VDT-praktijk

  • Laadeenheden op paletten: het opsluiten van de lading is hier de meest geschikte methode van ladingbeveiliging. Uitzonderlijk kan een drukbestendige 'gepaletiseerde lading', worden neergesjord.
    Lege paletten kunnen enkel worden neergesjord of via een combinatie van opsluiting van de lading en neersjorren worden beveiligd.
  • Papierrollen: als je ze staand vervoert, heerst er gevaar voor kantelen en schuiven. Vervoer je ze liggend, dan heerst er gevaar voor rollen en schuiven.
    Daarom zijn er de volgende ladingbeveiligingmethodes: - de antislipmat
    - het opsluiten van de lading
    - het fixeren van de rollen op de laadvloer met behulp van een keg
    - blokvorming toepassen
    - neersjorren, met al dan niet het gebruik van een sjorzeil.
  • Liggende betondelen worden het best beveiligd vaak door een combinatie van:
    - juist gepositioneerd stophout
    - juist gepositioneerde spanbanden met gebruik van hoekbeschermers
    - het opsluiten van de lading van voren
    - het eventueel opvullen van de vrije ruimte op de bovenste plaat.
  • Voor vaten en flessen zijn er de speciale laadeenheden en boxen (zie HoekLoos, FarmaDomo).
    Ook voor het vervoer van buizen of metalen profielen kunnen speciale boxen worden gebruikt (zie Reynaers).

Chauffeurs die zich als vakman opstellen, zijn de problemen voor.

Rol van de chauffeur

De rol van de chauffeur staat samengevat in een aparte bijlage, die de VDT-chauffeur, na ze te hebben doorgelezen, bijhoudt in zijn chauffeurshandboek.

Tot slot

De meest overtuigende argumenten om je lading goed te beveiligen, liggen vaak in je eigen ervaring en in die van collega's. Daarmee is het duidelijk dat een 'bijna-ongeval' altijd het vermelden waard is; je collega heeft misschien minder geluk.

top^


Wat is hier gebeurd?





Wat is hier fout?





 















 




















Inwerkende krachten.










Technische strip aan een nieuwe spanriem.